Hier ben ik.
Leren leven met open handen.
Dinsdagochtend. 5:18 uur. Mijn handen zijn nog gevoelloos van het krabben, terwijl de verwarming van de auto er nieuw leven in probeert te blazen. Het verkeerslicht springt op groen en ik draai nog wat slaperig de snelweg op. Op een enkele vrachtwagen na zijn alle drie de banen zo goed als leeg. Tot dat moment ging het allemaal op automatische piloot.
Het brood was gisteravond al gesmeerd en de tas al ingepakt. Het was een kwestie van snel douchen, aankleden, tandenpoetsen, medicatie innemen en gaan. Ik deed het op routine, terwijl je daar na anderhalve maand nog moeilijk van kan spreken. Een hectische ochtend ligt voor mij. Vol prikkels, snel schakelen, verhalen verzamelen en gesprekken. Mijn hoofd is nog een wattenbol. Niet eens zozeer door het vroege tijdstip, maar door alles wat zich afspeelt in de afgelopen tijd. Er is veel te verwerken, maar weinig tijd en mentale ruimte.
Misschien is dit een goed moment om te bidden, denk ik. De radio staat nog uit. Daar hoor ik straks genoeg van. Op het geluid van de motor en het suizen over de snelweg na, is het stil. Een rustpunt in de hectiek van het leven. Ik adem in en uit. Mijn gebeden zijn korter geworden in de afgelopen maanden. Ik fluister het enige gebed wat nog redelijk natuurlijk over mijn lippen komt.
Hier ben ik.
Soms vul ik het nog aan met ‘U bent hier’. Hoewel mij dat niet altijd lukt.
Hier ben ik.
Daar op de snelweg, onderweg naar mijn werk in de vroege ochtend, is dat mijn gebed. En het is mijn gebed geworden op zoveel momenten dat woorden tekort schoten. ‘Hier ben ik, Heer. Ik luister.’ Deze woorden die op zoveel momenten in de Bijbel klinken, hebben een ruimte in mijn hart gehuurd en zijn niet van plan er gauw uit te vertrekken. Ik bid graag het ‘Onze Vader’ en reciteer regelmatig al wandelend Psalm 23. Toch zijn het deze woorden die mij zo vaak op de been houden.
Het zijn drie woorden die mij beschikbaar maken. Steeds meer ontdek ik hoe weinig ik eigenlijk in de hand heb. Zo graag wil ik op eigen kracht uitvaren en vergeet ik te wachten op de juiste wind. Met als resultaat dat ik stil kom te liggen of de verkeerde kant op vaar. Het bidden van deze drie woorden is als het openen van mijn handen. God, ik sta machteloos. Ik kijk toe hoe het leven zijn eigen gang gaat. Het lijkt wel alsof dit het enige is wat ik nog kan doen: mijn handen voor U openen. Hier ben ik. Hier zijn mijn handen. Geopend. Pak ze maar vast. Vul ze maar met wat U voor ogen hebt. Ik ben beschikbaar. En dat is geen vrome uitspraak die losstaat van de realiteit. Het wortelt mij juist pijnlijk dieper in de rauwe werkelijkheid.
Daar in die koude auto, denk ik aan de afgelopen maanden. Aan hoe de ziekte van mijn moeder plotseling omsloeg. Hoe we plots moesten waken in het ziekenhuis. Laatste woorden wisselden. En hoe ik haar een week na de vernietigende boodschap bij U thuis zag komen. Vredig, maar veel te vroeg.
Hier ben ik.
Terwijl de hectometerpaaltjes voorbij schieten, denk ik aan het voorbereiden op de uitvaart. Hoe ik nadacht over woorden om haar te eren. De vele emoties in de familie. En het waardevolle afscheid op een zonovergoten dag, die de tijd van rouwen officieel inluidde.
Hier ben ik.
Mijn knipperlicht kondigt aan dat ik een afslag maak. Ik denk verder terug. Aan hoe ik ruim twee maanden geleden begon aan een nieuwe baan. Met een nieuw ritme. In een volledig ander werkveld. Een stap waar veel nadenkwerk aan vooraf ging, en betekende dat ik iets dierbaars los moest laten: een roeping. Lang twijfelde ik over de vraag of ik ook iets anders kon zijn dan voorganger. Met open handen gaf ik voor nu de roeping die ik had ervaren terug aan God. Het zal wel niet helemaal uit beeld verdwijnen. Mijn hart klopt voor de kerk. Maar voor nu leek God een andere weg te wijzen.
Hier ben ik.
Een verkeerslicht springt vrij plotseling op rood. Scherp blijven. Aandacht erbij houden. Ik denk aan de diagnose die anderhalve maand geleden gesteld is. ADHD. Een begeleider noemde het een life-event waar je de tijd voor moet nemen. Het was enerzijds een bevrijdende boodschap. Een routepaaltje na jarenlang wandelen door de mist. Als je altijd het gevoel hebt dat je hoofd anders werkt, je moe wordt van je eigen interne onrust en je strijdt met aandacht op belangrijke momenten als vader en man, dan is het troostend. Er is een weg vooruit! Tegelijkertijd was het een pijnlijke confrontatie. Ik heb een label. Ik heb hulp nodig. Het vraagt om andere keuzes. Om nog maar te zwijgen van hoe het slikken van ADHD-medicatie je zelfbeeld behoorlijk in de war schopt. Wie mag ik zijn?
Hier ben ik.
De parkeerplaats komt dichterbij. Terwijl ik langs verschillende bevroren autoruiten rijd, gaan alle lades even open. Opnieuw zie ik de laatste momenten met mijn moeder, de speech tijdens de uitvaart, het gesprek met de psychiater, de eerste dag werken bij de radio, het heftige gesprek op school over mijn dochter en haar hoogbegaafdheid, de gesprekken over het stoppen als voorganger, elkaar aankijken en zeggen: ‘o ja, we zouden bijna vergeten dat we 12,5 jaar getrouwd zijn’. Ik draai de sleutel om. De motor gaat uit. Adem in. Adem uit.
Hier ben ik.
Ik weet niet goed wat ik meer kan bidden dan dat. Ik kan harder gaan rennen. En geloof me, die neiging moet ik dagelijks onderdrukken. Ik kan vechten tegen de emoties en de vele gedachten. En ook dat probeer ik regelmatig tevergeefs. Maar daar in de auto, op weg naar mijn werk doe ik het enige wat ik nog kan. Een onlogische beweging als je wordt meegezogen in een wervelstorm. Maar de enige beweging die ik nog voor elkaar krijg. Ik open mijn handen. Ik ben beschikbaar.
Hier ben ik.
Wellicht heb je er wat aan. Misschien ook niet, maar dan heeft het mij in ieder geval geholpen. De komende tijd wil ik wat verhalen delen over mijn zoektocht naar het leven vanuit deze woorden: ‘hier ben ik’. Ik wil beschikbaar zijn voor God middenin het lijden, rouwen, in mijn diagnose, in mijn roeping en als vader en man. Wellicht dat het ook jou tot zegen is. Wil je op de hoogte blijven? Druk gerust op subscribe.
Dit was deel 1 in de reeks ‘HINENI-brieven’.

